Meten & Wegen / juni 1994/ No. 86
L. Walters
Herzien voor het web en aangevuld door Paul van Eck, april 2026.
Afb. 1 Links: stenen maat uit Oostenrijk, geijkt op het lood met een enkelkoppige adelaar
geflankeerd door I I (resp. inspectiekantoor en ijkkanatoor), na 1951.In tegenstelling tot diverse andere landen om ons heen, zoals Duitsland, Oostenrijk en Engeland, (afb. 1) zijn in ons land de metrieke stenen inhoudsmaten betrekkelijk kort in gebruik geweest. Het langst nog in de toenmalige Zuidelijke Nederlanden; in Limburg van 1830-1839 onder Belgisch bestuur en in België nog wel langer. Dit baseer ik op de beschildering en de belettering van de maat en natuurlijk op de (recentere) ijkmerken. De meeste inhoudsmaten zijn van gres, al of niet voorzien van een tinnen deksel; ze hebben een inhoud van een halve of een hele Kan/Litre. Meer naar het noorden toe komen stenen inhoudsmaten minder vaak voor. Vianen in de provincie Zuid-Holland, niet ver onder Utrecht, begrenst ongeveer het verspreidingsgebied in Nederland van de gres maten. De met tinglazuur overdekte maten komen voornamelijk in het zuiden voor, behalve die met een opschrift van 1 of 1/2 KAN,die vindt men oostelijk van Deventer. Dit artikel wil slechts een aanzet geven tot het verder uitdiepen van dit interessante gebied.
Afb. 2 Gres kan zonder schenktuit, geen opschrift.
Zoutglazuur met blauwe accenten.
Museum Boymans van Beuningen, Rotterdam.
In het Staatsblad van 22 maart 1829 werd de invoering aangekondigd van de vochtmaten. Hieruit zijn de artikelen gelicht die met stenen vochtmaten te maken hebben.
Afb.3 Gres maten zonder schenktuit met opschriften NED.KAN.L1TRE.,
NEDKAN LITRE en 1/2 NEDKAN (deksel afgebroken);
idem zonder opschrift, zonder pegel (wel een ronde kerf op de plaats waar de pegel kon worden aangebracht)
en een buikig gres kruikje met tinnen voetrand en klep.
Zoutglazuur met blauwe accenten.
Stedelijk museum Vianen.
Uit de IJkwet van 1869:
Het verbaast me, dat in zowel de ijkwet van 1829 als in de ijkwet van 1869 inhoudsmaten worden genoemd van
porselein en aardewerk, met een inhoud van twee liter.
Tot nu toe heb ik geen enkele stenen inhoudsmaat van twee liter gezien en helemaal geen stenen
inhoudsmaten gemaakt volgen de richtlijnen van de ijkwet van 1869.
Zelf woon ik ten noorden van het verspreidingsgebied van deze inhoudsmaten;
zouden onze zuidelijke leden ze misschien wel hebben gezien?
Nog in het begin van de vorige eeuw dronk men bij de maaltijd geen water maar bier (met een veel lager alcoholpercentage dan tegenwoordig); de beter gesitueerden dronken wijn. Met de kwaliteit van het water was het in die tijd namelijk niet altijd goed gesteld; waterleiding bestond nog niet algemeen. De tappers en herbergiers moesten vanaf april 1830 metrieke inhoudsmaten gebruiken. Omdat tinnen maten duurder waren dan die van steengoed, was de keuze niet moeilijk. Al in de voormetrieke periode waren er stenen kannen en drinkpullen in gebruik, met dezelfde vormgeving als de nieuwe stenen inhoudsmaten (afb. 2). Of zou hun vormgeving zijn gebaseerd op de Franse tinnen maten zonder stortrand?
Afb.4a Gres maten zonder schenktuit van NED-KAN LITRE en 1/2 NEDKAN,
zoutglazuur met blauwe accenten.
Voorzien van pegels (linksboven op de tweede maat zichtbaar):
de twee maten rechts zijn voorzien van een tinnen deksel.
Afb.4b Gres maat zonder schenktuit van 1/2 NEDKAN,
zoutglazuur met blauwe accenten.
In de bovenrand het merk XXX op de pegel,
van arrondissementsijker W.H. Siepkens te Eindhoven (periode 1832-1865).
Collectie J.H. Tieleman, foto R.J. Holtman.
Afb· 4c Loden bandje om de hals van een gres maat, met het ijkmerk YYY
(over de periode 1830-1832) van arrondissementsijker W.H. Siepkens te Eindhoven.
In Nederland is het gebruik van metrieke stenen inhoudsmaten snel afgenomen. Hoewel ze in de ijkwet van 1869 nog worden genoemd, is hun rol overgenomen door tinnen en blikken maten. Van de stenen inhoudsmaten werd niet specifiek aangegeven voor welke vloeistoffen ze werden gebruikt; bij de tinnen en blikken maten deed zich dit onderscheid wel voor. Tinnen maten waren bestemd voor alcoholische dranken terwijl blikken maten voor melk en olie werden gebruikt (de houten melkmaten zijn niet algemeen in gebruik geweest).
Afb. 5 Gres maal meI schenktuit van LITRE, Zoutglazuur met blauwe accenten.
De maataanduiding en de versiering daar omheen zijn eerst ingekrast en daarna ingekleurd.
Ongeijkt.
Foto J.H. Tieleman.
Afb. 7 Collectie Stenen kannen en voormetrieke maten, sommige met tinnen deksels.
Kunst- en Antiekrevue,juli/augustus 1979.
De in de inleiding genoemde gres inhoudsmaten hebben een grijze scherf;
ze zijn in het begin van de 19e eeuw in grote hoeveelheden geproduceerd.
Ze zijn, hoewel sporadisch, in Nederland te vinden.
Men kan ze vinden in diverse musea en soms op veilingen of verzamelmarkten (afb. 3).
Deze inhoudsmaten, voorzien van zoutglazuur en een kobaltblauwe decoratie, worden ook wel Westerwald of Keuls
steengoed genoemd (afb. 4a-c, afb. 5).
Ze komen vermoedelijk uit de pottenbakkerscentra rond Raeren (op de huidige grens van België en Duitsland,
afb. 6).
Hier werd al eeuwen steengoed gebakken (afb. 7).
Pottenbakkersmerken zal men er zelden op aantreffen.
Bouffioulx / Chätelet nabij Charleroi in België had al eeuwen bekende pottenbakkerscentra (afb. 6). De corporatie (het gilde) van de pottenbakkers te Bouffioulx bleef - ondanks de periode van Franse bezetting - voortbestaan tot in 1824. Diverse leden van de pottenbakkersfamilie Gibon zaten in de eeuwen daarvoor in het gildebestuur, zoals laatstelijk Jacques Alphonse Gibon (1808, 1809 en 1810) (afb. 8a/b).
Afb.8a/b Gres maat zonder schenktuit van Litre, pottenbakkersmerk I.A. Gibon.
Zoutglazuur met donkere accenten.
Voorzien van een pegel en een loden bandje om het handvat.
Antiek, februari 1978.
Afb. 9 Steengoed maat met schenktuit van KAN, pollenbakkersmerk S.
Tinnen deksel.
Blauw tinglazuur met een wit schild dat bovenaan eindigt in twee vogelkopjes.
Hoogte 218mm; diameter deksel 95 mm.
Zie: Keur van tin, catalogusnr.39.
Afb. 10 Steengoed maat met schenktuit van LlTRE.
Tinnnen deksel.
Op donker glazuur een wit schild dat bovenaan eindigt in twee vogelkopjes.
Kunstauktion Konstanz, november 1982.
Een tweede type komt voornamelijk voor in de Zuidelijke Nederlanden en het latere België. Het werd gemaakt sinds het begin van de 1ge eeuwen het werd tot zeker in de tweede helft van de 19e eeuw gebruikt. Het is steengoed met een roze of gele scherf, voorzien van wit en donkerblauw tinglazuur (afb. 9, 10, 11a, 12 midden en rechts, 13a rechts).
Afb. 11a Drie sleengoed maten/ met schenktuit.
DOnkerblauw tinglazuur.
Valn links af: 1/2 KAN, wit schild met bovenaan vogelkopjes, opschrift haastig geschilderd. Ongeijkt.
Afb. IIb Belgisch ijkmerk van 1845 op 1/2 LITRE.
Afb. 12 Drie steengoed maten met schenkltuit.
Tinglazuur. Van links af:Het was bij de wet toegestaan om de stenen maten eventueel van een scharnierend deksel te voorzien. Deze - in de regel tinnen - deksels, werden uiteraard besteld bij een tingieter die deze soms leverde uit een oude voorraad welke jaren geleden wel door zijn voorganger kon zijn gegoten. Dat verklaart ook de 18e en soms 17e eeuwse merken op sommige tinnen deksels van metrieke inhoudsmaten. Sommige catalogi baseren zich hierop, wanneer ze een metrieke stenen maat met zo'n oud deksel in z'n geheel dateren op 18e of 17e eeuw. De deksel zijn uitgevoerd met een duimgreep (in verschillende uitvoeringen); in het stenen handvat is een gat aangebracht waarin ze kunnen worden geborgd.
In Frankrijk en de bezette gebieden, onder andere België sinds 1792, werd het metrieke stelsel in 1801 ingevoerd. Daarbij werd de Litre ingevoerd als inhoudsmaat. In Nederland werden, na de invoering van het metrieke stelsel, verschillende benamingen gebruikt om de liter voor droge waren (kop) en natte waren (kan) aan te duiden. In Frankrijk maakte men minder onderscheid. Hoewel de Litre in de regel voor natte waren werd gebezigd, komt ook het opschrift Litron voor (afb. l3a rechts). Dit was oorspronkelijk een Franse inhoudsmaat voor droge waren van 813 ml. In Nederland werd gewoonlijk het opschrift (Ned.) Kan gebruikt.
Afb. 13a (zie voorpagina).
Drie steengoed maten met schenktuit. Tinglazuur.
Van links af:
Afb.13b/c Belgische ijkmerken uit 1833 op LITRE.
Afb. 13d Nederlands ijkmerk uit 1830 op KAN.
In de hoek de G van D. Guigierre, arrondissementsijker te Oostburg (Zeeland), periode 1820-1839.
Er was weinig plaats voor het aanbrengen van ijkmerken. Alleen de loden pegel in de bovenrand van de maat en/of het loden bandje om het handvat (afb. 4c) boden hiertoe ruimte. Deze pegel gaf tegelijkertijd aan bij welke vloeistofhoogte de maat de aangeduide inhoud had (afb. 4b, 13d). De pottenbakker bepaalde de plaats van de pegel door een gaatje in de maatwand te laten.
Bij de gresmaten met een opschrift in Ned. Kan, komt hoofdzakelijk één arrondissementsmerk voor, aangebracht op de pegel of het loden bandje om het handvat, meestal zonder jaarletter (afb.4c). Er werd dus maar op één plaats een merk aangebracht. Het gaat hier om de merken XX en YY van de arrondissementsijker W.H. Siepkens, werkzaam tussen 1820 en 1865 te Eindhoven. Het eerste merk heeft hij gebruikt tot in 1832; het tweede merk heeft hij, op verzoek van het ijkwezen sinds 1832 gevoerd (om niet in de war te raken met het Rijksstempel, zie 'METEN & WEGEN' p. 1963). Het lijkt wel of Siepkens deze maten importeerde, zo opvallend vaak is zijn merk daarop te vinden!
Ik vermoed, zoal al eerder gezegd, dat stenen maten in de Zuidelijke Nederlanden al voor 1830 waren ingevoerd. Bovendien zijn ze daar langer in gebruik gebleven. Tot nu toe heb ik twee methoden gezien van het aanbrengen van Belgische ijkmerken:
Het is opvallend dat men ook gres maten tegenkomt, voorzien van grijs zoutglazuur met blauwe beschildering, maar zonder een inhoudsaanduiding en zonder pegel (maar wel een aanzet daartoe, in de vorm van een ronde kerf zie afb. 3 rechts). Deze zijn voor thuisgebruik gemaakt. Dat geldt ook voor de grof afgewerkte met tinglazuur bedekte maten met een stermotief of met een schild met vogelkopjes. Deze laatste - ongeijkte - maten vindt men in het 0osten van Nederland.
Afb. 14 Geheel blauw geglazuurde maat zonder schenktuit van 1/2 KAN (ingekrast).
Met tinnen deksel.
NMi Museum IJkwezen.
Afb. 15 Geheel blauw geglazuurde maar zonder schenktuit van 1/2 NED KAN (zwarte glazuur),
met pegel en loden bandje om de hals.
NMi Museum IJkwezen.
Hollandse bewind:
Op de afgebeelde jaarletters zijn variaties bekend. Vanaf 1857 werden Griekse letters gebruikt.
Vele leden hebben aan dit artikel hun welwillende medewerking verleend door middel van foto's en adviezen; hiervoor mijn dank. Toch kan ik mij niet aan de indruk onttrekken dat het completer zou kunnen zijn. Welke leden zouden de hiaten eventueel met foto's kunnen opvullen of deelgebieden willen bestuderen? Misschien onze Belgische leden?
Afb. 16 Gres maat zonder schenktuit met (boven) beige en (onder) bruine glazuur bedekt.
Opschrift LITRE op het handval gestempeld, op de pegel geijkt in België in 1844.
Voorzien van tinnen deksel.
Antiek, februari 1978, uitgeverij De Tijdstroom, Lochem.
Dictionnaire universel des poids et mesures, H. Doursther, Brussel, 1840.
Keur van tin, uit de havensteden Amsterdam, Antwerpen en Rotterdam, 1979.
Kunstauktion Konstanz, november 1982
Kunst & Antiekrevue, oktober/november 1985, Den Haag.
'METEN & WEGEN', 1980, no. 31, pp. 705-709.
Nederlandse Metrieke Inhoudsmaten, G.M.M. Houben,
NMi Museum IJkwezen, Delft, dhr. J. Bot.
Foto's waar geen bron bij wordt vermeld, zijn gemaakt door de auteur.